Uitspraak
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak d.d. 9 september 2013
[X] te [Z], belanghebbende,
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende parkeerde op 5 juli 2012 zijn auto op een locatie waar parkeerbelasting verschuldigd is. Een parkeercontroleur constateerde dat er geen parkeerkaartje aanwezig was en dat de transponder niet was aangemeld bij Parkline als betaald parkeren.
De controleur zag geen activiteiten die gericht waren op het betalen van de parkeerbelasting en legde om 21:21 uur een naheffingsaanslag op. Kort daarna werd het parkeren pas aangemeld bij Parkline.
Belanghebbende stelde dat hij naar een parkeerautomaat liep om het zone-nummer te noteren, maar het hof hechtte meer waarde aan de verklaring van de controleur en concludeerde dat niet tijdig en zonder onderbreking is gehandeld om de belasting te voldoen.
Er is geen beleid dat een minimale betalingstermijn na parkeren toestaat, waardoor de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en wijst het hoger beroep af.