Uitspraak
- op 3 juli 2012 nogmaals het beroepschrift, ditmaal met bijlagen.
- op 27 juli 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tussen de man en vrouw centraal. De man verzoekt vernietiging van de vaststellingsovereenkomst van 24 oktober 2007, stellende dat deze tot stand is gekomen onder dwaling, bedrog of bedreiging en dat hij onvoldoende inzage heeft gehad in de financiële administratie van de vrouw. Hij verlangt daarnaast rekening en verantwoording over het verloop van haar bankrekeningen van 2002 tot 2009.
De vrouw stelt dat partijen reeds verrekend hebben en dat de vaststellingsovereenkomst geldig is. Zij betwist de vernietigingsgrond en wijst het verzoek tot inzage af wegens onvoldoende specificatie en samenhang met de echtscheiding. Het hof overweegt dat de buitengerechtelijke vernietiging door de man zonder instemming van de vrouw geen effect sorteert, waardoor de overeenkomst in stand blijft.
Verder oordeelt het hof dat het verzoek op grond van artikel 843a Rv niet toewijsbaar is omdat het een 'fishing expedition' betreft; de man heeft geen concreet rechtmatig belang kunnen aantonen. Ook de verrekening over 2008 kan niet worden vastgesteld omdat de vrouw onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar financiële situatie. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst de verdere verzoeken van de man af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst en inzage in financiële gegevens af.