Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Gerechtshof Den Haag
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam heeft het Gerechtshof Den Haag het bewijs tegen verdachte onvoldoende geacht voor het ten laste gelegde ontucht met een minderjarige. De rechtbank had verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van alle feiten, maar het OM stelde hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het het eerste feit betrof en sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Een deskundige rechtspsycholoog onderzocht de betrouwbaarheid van de verklaring van het vermeende slachtoffer en concludeerde dat de verklaringen mogelijk in samenspraak extremer waren geworden en dat de verhoren suggestief waren, niet conform aanbevelingen na de Schiedammer Parkmoord. Hierdoor achtte het hof de verklaring onvoldoende betrouwbaar.
Het hof verklaarde het OM niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor de feiten twee en drie, omdat het hoger beroep daar niet op gericht was. De vordering tot schadevergoeding van het vermeende slachtoffer werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard, nu verdachte werd vrijgesproken. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd.
Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarvan één niet kon ondertekenen, en uitgesproken op 14 oktober 2013.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van ontucht wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs.