De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor handel en bezit van cocaïne. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte bewezen dat de verdachte gedurende anderhalve maand handel dreef in cocaïne en een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne in zijn tuin had.
De verdediging voerde onder meer aan dat de cocaïne in de tuin niet aan de verdachte toebehoorde en dat de fotoconfrontaties met getuigen niet betrouwbaar waren. Het hof verwierp deze verweren op grond van de herkenning door getuigen en de omstandigheden waaronder de drugs werden aangetroffen.
Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, de eerdere veroordelingen van de verdachte en zijn jeugdige leeftijd. Het hof zag geen aanleiding voor een verplicht reclasseringscontact.
Daarnaast werd een scooter die ten onrechte in beslag was genomen, teruggegeven aan de rechthebbende. Het arrest werd uitgesproken op 21 november 2013 door het gerechtshof Den Haag.