Belanghebbende parkeerde op 5 september 2012 zonder geldig parkeerkaartje aan de Koornmarkt te Delft, een locatie waar betaald parkeren geldt. De gemeente Delft legde daarop een naheffingsaanslag van €56,80 op, bestaande uit belasting en kosten. Belanghebbende betwistte de aanslag en stelde dat de gemeente buiten haar bevoegdheid was getreden en dat de heffing niet diende tot regulering van parkeerdruk maar om verlies van parkeergarages te compenseren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Den Haag bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de gemeente binnen haar bevoegdheid handelde, dat de parkeerbelasting een algemene zakelijke belasting is en dat de heffing niet willekeurig of onredelijk is. Ook is het niet onrechtmatig dat de Verordening geen restitutie of compensatie biedt voor niet-gebruikte parkeertijd.
Het hof wees erop dat de parkeerbelasting dient ter regulering van de parkeerdruk en dat het beleid van de gemeente, waarbij straatparkeerplaatsen duurder zijn dan parkeergarages, dit doel ondersteunt. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd en het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.