ECLI:NL:GHDHA:2013:4304
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte bankafschriften inzake bewind erfenis
In deze zaak vordert appellant in hoger beroep dat geïntimeerde bankafschriften over een periode van het gevoerde bewind over een erfenis afgeeft. Het doel is om na te gaan op welke goederen verhaal kan worden genomen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag wees deze vordering af, omdat appellant onvoldoende belang had en artikel 843a Rv niet van toepassing is voor het verkrijgen van inzage ten behoeve van verhaal op goederen.
Appellant stelt in hoger beroep dat hij inmiddels wel voldoende belang heeft en dat de rechtsoverwegingen in het bestreden vonnis onbegrijpelijk zijn. Het hof overweegt dat een kort geding niet de juiste procedure is om rekening en verantwoording te eisen over het gevoerde bewind, aangezien kort geding slechts een voorlopige voorziening kan bieden. Artikel 843a Rv biedt slechts inzage in bescheiden ter vaststelling van een rechtsbetrekking, niet voor het bepalen van verhaalsmogelijkheden.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde aan appellant een geldsom verschuldigd is en dat de bankafschriften niet nodig zijn voor de vaststelling van deze rechtsbetrekking. De grieven van appellant falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Daarmee wordt de vordering tot afgifte van bankafschriften afgewezen.
De uitspraak benadrukt de beperkte reikwijdte van artikel 843a Rv en de ongeschiktheid van kort geding voor het verkrijgen van een gedetailleerde verantwoording over het beheer van een erfenis. Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Vordering tot afgifte bankafschriften wordt afgewezen en bestreden vonnis wordt bekrachtigd.