Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
doodslag.
Door GZ-psycholoog C.T.H.M. Salet en psychiater
Rijnders, beiden verbonden aan het PBC, zijn twee gezamenlijke Pro Justitia rapportages opgemaakt (d.d. 20 april 2011 en 25 oktober 2013). Zij komen uiteindelijk tot de conclusie dat de verdachte in de aanloop tot en ten tijde van het bewezen verklaarde lijdende was aan:
Oudejanskomt in de door hem opgemaakte Pro Justitia rapportage d.d. 25 april 2013 tot de conclusie dat de verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde lijdende was aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een depressie met psychotische kenmerken. Pathologie op het vlak van persoonlijkheid ten tijde van het bewezen verklaarde kan volgens Oudejans niet worden vastgesteld. Volgens Oudejans is het zeker dat verdachtes denken en functioneren ten tijde van het bewezen verklaarde in het teken stonden van depressieve symptomen en paranoïde-psychotische belevingen, op basis waarvan het aantal mensen dat hij vertrouwde steeds geringer werd en de wereld waarin hij zich (relatief) veilig voelde steeds kleiner.
Offermanskomt in de door hem opgemaakte Pro Justitia rapportage d.d. 25 april 2013 – voor wat betreft de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte – tot dezelfde conclusie als psycholoog Oudejans. Volgens Offermans was er bij de verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde sprake van een depressie met psychotische kenmerken. Offermans is van mening dat verdachtes gedrag naar [slachtoffer] volledig is bepaald door zijn psychotische kenmerken (wanen), deel uitmakend van die depressie met psychotische kenmerken, waarbij in verdachtes beleving [slachtoffer] uiteindelijk ook deel ging uitmaken van het wijdverbreide ‘complot’. Offermans is dan ook van mening dat de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde als volledig ontoerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Volgens Offermans was er ten tijde van het bewezen verklaarde geen sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis of zwakbegaafdheid.
Kahnals deskundige gehoord. Prof. Kahn heeft zich bij wijze van ‘second opinion’ aangaande de behandeling van de verdachte in het PPC schriftelijk uitgelaten over zijn diagnostische bevindingen en advies in brieven van 15 en 29 februari 2012 aan de raadsvrouw. Volgens Kahn kan zonder enige twijfel worden geconcludeerd dat de verdachte voorafgaand aan en ten tijde van het bewezen verklaarde lijdende was aan een psychotische depressie, één van de meest ernstige ziektebeelden. Die psychotische depressie is naar de mening van Kahn zodanig ernstig geweest dat de verdachte niet meer in staat was om in zijn handelen enige sturing aan te brengen.
dat [betrokkene 7] én de zaak én het huis én [slachtoffer] nu had. Volgens de verdachte was er een complot en [betrokkene 7] zou het bewijs hiervoor hebben verwijderd uit de computer. De verdachte vertelde dat het dossier van de FIOD nu klaar was en dat hij de maandag erop zou worden opgepakt. Hij vertelde dat hij heel veel advocaten had versleten en dat iedereen in het complot zat. Hij vertelde dat hij de gevangenis in zou gaan, dat hij tijdens een vergadering op de zaak op de donderdag ervoor iets ongelezen heeft moeten tekenen en dat er geen uitweg meer was. Tijdens het bezoek kreeg de verdachte diverse malen een soort paniekaanval. Hij begon dan met zijn hele lichaam te schudden en heel erg te stotteren. Dit terwijl hij heel rustig uit de auto was gestapt toen hij met [slachtoffer] arriveerde. Na het bezoek zijn de verdachte en [slachtoffer] weer naar huis gereden.
dynamiekoverweegt het hof dat dit door meerdere onderzoekers en behandelaars van de verdachte gemotiveerd is betwist. Wat er ook zij van de term
dynamiek, het hof gaat er gelet op de inhoud van die betwistingen van uit dat die
dynamiekniet van zodanige aard is geweest dat het handelen van de verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde daardoor mede is bepaald.
nu óók [slachtoffer]had. Na dat bezoek belde [slachtoffer] in het bijzijn van de verdachte naar [betrokkene 3] met de mededeling dat de verdachte in de war was, dat hij gek geworden was. De verdachte zou hebben geschreeuwd dát hij niet gek was. En over de dag van het bewezen verklaarde heeft de verdachte tegenover de politie verklaard dat [slachtoffer] aan gaf dat zij wilde dat de verdachte hulp zou gaan zoeken en dat hij moest worden opgenomen. “[slachtoffer] was daar heel resoluut en pinnig in.” De verdachte heeft daarover voorts verklaard: “Ineens was er een flits.. dat ze anders in de relatie stond, dan ik altijd begreep. Dat ze.. hoe moet ik dat zeggen.. dat ze me bedroog. Bedroog.. op het gebied van.. dat ze zei dat het om mij ging, maar ineens dacht ik.. oh het gaat om het geld, maar dat is weer die angst met al die andere factoren in combinatie met al die andere factoren waarbij ik problemen zie (..) Ineens slaan alle stoppen door. Omdat ik mij zo bedreigd voelde, denk ik”. Als [slachtoffer] na die ‘flits’ bij de verdachte heel boos wordt, wordt hij ook boos, springt op haar en wurgt [slachtoffer].
- bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het feit een ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- het door de verdachte begane misdrijf betreft een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;
- de veiligheid van anderen eist het opleggen van die maatregel;
- de verdachte is door ten minste twee gedragsdeskun-digen van verschillende disciplines – waaronder een
BESLISSING
Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld, onder de
Algemene voorwaarde:
Bijzondere voorwaarden:
hulp en steunte verlenen bij de naleving van de voorwaarden.