ECLI:NL:GHDHA:2013:4123
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Lückers
- Husson
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te late betaling griffierecht ondanks bankholiday
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking waarin zijn alimentatieverplichting was vastgesteld. Het hof stelde vast dat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift was betaald. Hoewel de betaling op 30 april 2013 was opgestart, werd deze pas op 2 mei 2013 bijgeschreven, een dag te laat.
De advocaat van de man voerde aan dat de betaling niet tijdig kon worden ontvangen vanwege een bankholiday op 1 mei, waardoor het betalingsverkeer stil lag. Zij beriep zich tevens op de hardheidsclausule van artikel 282a lid 4 Rv, stellende dat niet-ontvankelijkheid een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren.
Het hof oordeelde dat de te late betaling voor rekening en risico van de man komt, omdat de betaalopdracht pas op het laatste moment werd gegeven. De bankholiday is geen algemeen bekende uitzondering en vormt geen geldige reden voor uitstel. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast, mede omdat de man andere rechtswegen heeft om de beschikking aan te vechten.
Daarom verklaarde het hof de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, waarmee de beschikking van de rechtbank Rotterdam in stand bleef.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht.