Uitspraak
PROMIS
paragrafen 18, 19 en 46en de daarbij behorende
voetnoten 1 t/m 30.
1.De verdediging heeft de volgende verwerengevoerd:
[getuige 1]heeft verklaard dat [slachtoffer] en [vriendin] stonden te kletsen en dat er geen ruzie was. Benadeelde partij verscheen voor het raam en heeft voorwerpen naar beneden gegooid.
Conclusie.Uit hetgeen onder 5. is weergegeven leidt het hof af dat de verklaring van de verdachte dat er een hevige ruzie tussen [slachtoffer] en [vriendin] was waarbij [slachtoffer] [vriendin] klappen heeft gegeven slechts bevestiging vindt in de verklaring van [vrouw]. Gezien alle verklaringen en met name die van [vriendin] zelf gaat het hof ervan uit dat er niet meer heeft plaatsgevonden dan een luidruchtige discussie, mogelijk zelfs (uitlopend op een) ruzie, en dat [slachtoffer] gescholden heeft maar verder niet agressief is geweest en [vriendin] niet heeft geslagen.
Conclusie.Uit hetgeen onder 7. is weergegeven leidt het hof af dat het dossier geen enkele verklaring bevat die inhoudt dat een of meer van de vrienden van [slachtoffer] uit de Audi geweest is/zijn zolang deze op de straat vóór het portiek heeft gestaan. De enige aanwijzing dat een van de vrienden van [slachtoffer] wel buiten de auto zou zijn geweest is gelegen in de eerste verklaring van [getuige 3] waar deze heeft verklaard: “Ik
zagdat [getuige 1] [slachtoffer] probeerde tegen te houden en ik hoorde hem zeggen: [slachtoffer] niet doen. [Slachtoffer] liet zich tegenhouden en heeft niet gegooid. [Getuige 1] zei tegen [slachtoffer] dat hij in de auto moest stappen zodat we weg konden.” Uit de omstandigheid dat verder niemand heeft verklaard dat een van de vrienden van [slachtoffer] de auto heeft verlaten en uit de omstandigheid dat [vriendin] juist heeft verklaard dat zij de hele tijd in de auto zijn blijven zitten leidt het hof af dat de door [getuige 3] gebruikte of genoteerde formulering “zag” onnauwkeurig is geweest en ten onrechte de indruk wekt dat [getuige 1] buiten de auto is geweest. Het hof concludeert dat op het bewuste moment slechts [slachtoffer], [vriendin], [vrouw] en de verdachte buiten waren in de nabijheid van het portiek en de Audi.
[getuige 1], die op de bestuurdersplaats in de Audi zat, heeft in zijn eerste verklaring (25-4-2011) slechts kort over het gebeurde verklaard. Hij heeft verklaard dat
[getuige 2], die op de bijrijdersplaats in de Audi zat, heeft in zijn eerste verklaring (25-4-2011) verklaard dat [vrouw] met een mes in de hand achter [slachtoffer] aan liep. [Slachtoffer] rende weg en rende een rondje om de auto. [getuige 2] zag vervolgens rechts de verdachte. Hij kon hem goed zien. De verdachte liep achter [slachtoffer] aan toen deze richting het pleintje liep. [Slachtoffer] liep het pleintje op en de verdachte liep achter hem aan. Vervolgens hoorde [getuige 2] schoten.
[getuige 3], die volgens zijn eigen verklaring op de bijrijdersplaats zat maar volgens de verklaringen van anderen achter de bijrijdersplaats, heeft in zijn eerste verklaring (25-4-2011) verklaard dat [vrouw] met een mes in de hand het portiek uit kwam. Als reactie hierop liep [slachtoffer] om de auto heen, rende weg en stak de straat over. Hij bleef aan de overkant van de rijbaan stil staan. Daar draaide hij zich om. [vrouw] liep [slachtoffer] een stukje achterna tot de auto. Toen liep ze terug de stoep op. [getuige 3] zag plotseling de verdachte uit het portiek lopen met een ochtendjas aan. Hij had een pistool in de hand. Even later schoot de verdachte met het pistool twee keer in de richting van waar [slachtoffer] op dat moment stond, de plek waar hij naar toe was gerend om te vluchten voor de vrouw met het mes.
[buurtbewoner A]heeft eerst verklaard (25-4-2011) dat hij de verdachte en [vrouw] op straat heeft zien staan. [vrouw] liep achter [slachtoffer] aan die daarvoor stenen had gegooid en [vrouw] maakte slaande bewegingen in de richting van sSlachtoffer]. [Slachtoffer] rende voor de auto langs richting het plein. Toen hoorde [buurtbewoner A] 2 knallen, vermoedelijk schoten. [Slachtoffer] liep door en ging midden op het plein op de grond zitten. De vrouw met wie [slachtoffer] eerder ruzie had gehad (het hof begrijpt: [vriendin]) kwam naar hem toe. Er stopte een auto voor De Spar. Er stapten 3 mannen uit die in de richting van [slachtoffer] liepen. Toen kwam de politie.
[buurtbewoner C]heeft in zijn eerste verklaring (25-4-2011) verklaard dat hij een vrouw (het hof begrijpt:
[buurtbewoner D]heeft verklaard (26-4-2011) dat zij twee knallen hoorde, een auto raar op de weg heeft zien staan iets voor de tramhalte op het plein, mensen heeft horen schreeuwen en zien lopen. Zij heeft gezien dat de auto hard weg reed over de Juliana van Stolberglaan in de richting van de Schenkkade.
[vriendin]heeft in haar eerste verklaring (25-4-2011) aangegeven dat zij voor het portiek stond toen
[getuige 1](en met name die van 27-4-2011) houden in dat hij zag dat de verdachte langs de gevel van het huis wegliep (het hof begrijpt: in de richting van de bij de hoek met de Loudonstraat gelegen showroom), en dat hij de verdachte op een gegeven moment kwijt was als gevolg van een dode hoek. Of hij hiermee de eigen auto bedoelt of de langs de stoep geparkeerde auto(’s) is niet duidelijk. Toen hoorde hij schoten.
[getuige 2]heeft eerst verklaard (25-4-2011) dat hij zag dat [slachtoffer] het pleintje op liep en dat de verdachte achter hem aan liep. Op een tekening heeft hij een cijfer gezet bij de
richtingwaarin [slachtoffer] het pleintje op liep met de verdachte achter hem aan. Hij heeft niet aangegeven waar de verdachte stond toen hij schoot.
[getuige 3]heeft in zijn eerste verklaring (25-4-2011) niet gezegd waar de verdachte stond toen hij schoot.
[vriendin]heeft in haar eerste verklaring (25-4-2011) gezegd dat de verdachte via de achterzijde van de auto (het hof begrijpt: de Audi) naar [slachtoffer] toeliep.
nietop de stoep stond, maar op de rijbaan ergens achter de Audi. Het hof kan de betreffende verklaring van [vriendin] niet duiden ten aanzien van de bepaling van de schietplek.
Conclusie.Uit het vorenstaande concludeert het hof dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld waar de verdachte precies stond toen hij op [slachtoffer] schoot.
vande Juliana van Stolberglaan. [buurtbewoner A] heeft niets verklaard over het daaraan voorafgaande vertrek van de auto. Bij de rechter-commissaris (10-1-2012) heeft hij wel verklaard over een auto die weggereden was, maar hij wist niet wanneer dat was en ook niet of het dezelfde auto was.
44.Conclusie ten aanzien van het beroep op noodweer
45.Het beroep op putatief noodweer.
1 impliciet subsidiair: doodslag;
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze onder de nummers 6, 7, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 21, 23, 24 en 25 vermeld zijn op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen.
€ 7.523,74 (zevenduizend vijfhonderddrieentwintig euro en vierenzeventig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 7.523,74 (zevenduizend vijfhonderddrieentwintig euro en vierenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
70 (zeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.