ECLI:NL:GHDHA:2013:3987
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.A. Baardman
- M.C.R. Derkx
- M.M. van der Nat
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van geweldsdelicten in hoger beroep
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren wegens twee geweldsdelicten gepleegd op of omstreeks 13 november 2011 te 's-Gravenhage. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken omdat de verklaringen, camerabeelden en het ter terechtzitting verhandelde geen eenduidige vaststelling van de feiten mogelijk maakten.
De tenlastelegging betrof geweldpleging in vereniging tegen twee slachtoffers, waaronder slaan en stompen op het hoofd en gezicht, krabben met nagels, haren trekken en schoppen. De advocaat-generaal had vrijspraak gevorderd en het hof volgde dit standpunt.
De benadeelde partijen hadden vorderingen tot schadevergoeding ingediend, respectievelijk €417,91 en €352,90, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken en er geen kosten ter verdediging waren gesteld.
Het arrest werd gewezen door drie rechters van het Gerechtshof Den Haag op 28 oktober 2013, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank vernietigde en opnieuw recht deed door vrijspraak uit te spreken en de vorderingen van de benadeelden af te wijzen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van de tenlastegelegde geweldsdelicten.