Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
10 april 2013, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele procedure staat de hoofdverblijfplaats van twee minderjarigen centraal. De vader is in hoger beroep gekomen tegen de moeder, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming betrokken is. Partijen hebben geprobeerd via mediation tot afspraken te komen en hebben het hof verzocht de zaak aan te houden.
Na langdurige procedures sinds 2009 en betrokkenheid van Bureau Jeugdzorg met twee gezinsvoogden, hebben partijen gezamenlijk verzocht om benoeming van een bijzondere curator. Deze curator moet de belangen van de minderjarigen bewaken in het overleg en eventueel in rechte, met name omtrent de zorg- en verblijfregeling.
Het hof ziet gelet op de instemming van alle betrokkenen en de motivering van partijen aanleiding om zonder mondelinge behandeling mr. J.J. Verbeke tot bijzondere curator te benoemen. Haar taak omvat ook begeleiding van de ouders bij het opstellen van een ouderschapsplan. De zaak wordt aangehouden tot 29 maart 2014 pro forma, met behoud van eerdere beslissingen.
Uitkomst: Het hof benoemt mr. J.J. Verbeke tot bijzondere curator over de minderjarigen en houdt de zaak aan tot 29 maart 2014 pro forma.