Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
2 augustus 2013 van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam.
2 september 2013 met bijlagen ingekomen.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van een enkele maanden oude minderjarige centraal. De vader is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing die door de kinderrechter was toegekend. De vader betoogt onder meer dat de minderjarige zonder recht of titel in pleegzorg verbleef en dat de uithuisplaatsing onnodig is gezien de positieve ontwikkeling van de moeder.
De moeder, die een traumatisch verleden heeft en tijdens de zwangerschap psychiatrische problemen vertoonde, is inmiddels stabiel, medicatievrij en beschikt over een verblijfsvergunning. Jeugdzorg heeft een Uitwijktraject gestart met als doel terugplaatsing binnen drie maanden. De contactmomenten tussen moeder en kind verlopen positief.
Het hof oordeelt dat de oorspronkelijke machtiging terecht was vanwege de toestand van de moeder bij de geboorte, maar dat de huidige omstandigheden en het hechtingsbelang van de minderjarige een voortzetting van de uithuisplaatsing niet langer rechtvaardigen. Het hof vernietigt daarom de verlenging van de machtiging en bepaalt dat de uithuisplaatsing eindigt op 25 september 2013. De ondertoezichtstelling blijft gehandhaafd om de zorg en veiligheid te waarborgen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt beëindigd per 25 september 2013 vanwege het belang van hechting en de positieve ontwikkeling van de moeder.