Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de rechthebbende, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [A] namens de bewindvoerder;
Gerechtshof Den Haag
De rechthebbende is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die onderbewindstelling over zijn goederen had ingesteld op verzoek van zijn broer. De rechtbank had Stichting CAV benoemd tot bewindvoerder. De rechthebbende betoogde dat hij wel in staat is zijn financiën te beheren, mede omdat hij een eigen woning heeft en automatische betaling van vaste lasten heeft geregeld.
Ter zitting was de bewindvoerder aanwezig, die aangaf dat het lastig is om de financiële zelfredzaamheid van de rechthebbende in te schatten. De broer van de rechthebbende, die het verzoek tot onderbewindstelling had ingediend, was niet verschenen om zijn verzoek nader toe te lichten.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:431 lid 1 BW Pro een bewind kan worden ingesteld indien iemand door lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. In dit dossier ontbrak echter voldoende bewijs dat de rechthebbende daartoe niet in staat zou zijn. Het verzoek was onvoldoende onderbouwd en de rechthebbende had zelf verklaard zijn financiën zelfstandig te beheren.
Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en wees het verzoek tot onderbewindstelling af. De taak van de bewindvoerder eindigt daarmee met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot onderbewindstelling af wegens onvoldoende onderbouwing dat de rechthebbende zijn financiële belangen niet kan behartigen.