Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
3.Beslissing
- € 284,- vastrecht
- € 894,- salaris advocaat.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond centraal of appellante, die het beheer voerde over het vermogen van wijlen [naam overledene], verplicht was om aan geïntimeerden rekening en verantwoording af te leggen over de opgenomen gelden. Geïntimeerden stelden dat appellante gelden onrechtmatig had onttrokken en vorderden inzage in haar administratie en financiële bescheiden.
Het hof stelde vast dat appellante gedurende lange tijd met instemming van wijlen [naam overledene] gelden had opgenomen op basis van machtigingen die bij de bank waren achtergelegd. Er was geen bewijs dat appellante deze machtigingen had misbruikt of dat zij de gelden niet aan de overledene had afgedragen. Ook was niet gebleken dat de overledene ooit bezwaar had gemaakt tegen het beheer van appellante.
Het hof oordeelde dat appellante geen rekening en verantwoording verschuldigd was aan geïntimeerden, omdat er geen rechtsbetrekking bestond die daartoe verplichtte en omdat er geen aanwijzingen waren voor misbruik. De vordering ex artikel 843a Rv tot inzage in administratie werd daarom afgewezen. Het bestreden vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de kosten van het hoger beroep werden aan geïntimeerden opgelegd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot rekening en verantwoording af wegens ontbreken van misbruik door appellante.