ECLI:NL:GHDHA:2013:3690
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- C.A.R.M. van Leuven
- B.P.H.M. van den Wildenberg
- L.F.A. Husson
- Rechtspraak.nl
Voorlopige regeling hoofdverblijf en omgang minderjarige bij beëindiging gezamenlijk gezag
Partijen waren betrokken bij een geschil over het gezamenlijk gezag, hoofdverblijf en omgangsregeling van hun minderjarige kind na het beëindigen van hun affectieve relatie. De rechtbank Rotterdam had het gezamenlijk gezag beëindigd en de hoofdverblijfplaats voorlopig bij de vrouw vastgesteld. Tevens was een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij de man op maandag drie uur omgang had met het kind.
In hoger beroep vorderde de man dat het hoofdverblijf bij hem zou worden vastgesteld en dat hij de minderjarige van zondag tot donderdag bij zich mocht hebben. De vrouw vorderde een contactregeling conform de eerdere beschikking. Het hof oordeelde dat het vonnis van de voorzieningenrechter grotendeels bekrachtigd wordt, behalve voor de omgangsregeling die werd aangepast naar een uitbreiding van de omgang op maandag van 09.00 tot 17.00 uur.
Het hof nam het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming mee in haar overwegingen en achtte het niet in het belang van het kind om vooruitlopend op de bodemprocedure een andere regeling op te leggen. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt een voorlopige omgangsregeling vast waarbij de man wekelijks op maandag van 09.00 tot 17.00 uur omgang heeft met de minderjarige en bekrachtigt het vonnis voor het overige.