ECLI:NL:GHDHA:2013:3222
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van Nievelt
- Van Kempen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling omgangsregeling wegens verzet minderjarigen
De vader verzocht het gerechtshof om een omgangsregeling vast te stellen met zijn twee minderjarige kinderen. De moeder verzocht om stopzetting van het omgangstraject, wat het hof interpreteert als afwijzing van het verzoek.
Uit rapportages van Jeugdzorg en TriviumLindenhof blijkt dat de oudste minderjarige zich sterk verzet tegen omgang met de vader, ondanks begeleide pogingen. De jongste had vier begeleide bezoeken die neutraal tot positief werden ervaren, maar gaf daarna aan voorlopig geen omgang te willen. De vader wilde aanvankelijk niet dwingen, maar wenst nu contact met beide kinderen.
Het hof constateert dat sinds 2007 geen herstel van de ouder-kindrelatie is bereikt en dat het opleggen van omgang nu een ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen zou vormen. Het verzet van de kinderen is ook op langere termijn nadelig voor hun welzijn, waarvoor de moeder een wettelijke zorgplicht heeft.
Daarom bekrachtigt het hof de eerdere beschikking en wijst het het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen wegens het blijvende verzet van de minderjarigen en hun belangen.