De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van poging tot zwaar lichamelijk letsel en veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €750 wegens mishandeling. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis en spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, omdat onvoldoende is vastgesteld met welk voorwerp is geslagen en of dit zwaar letsel kon veroorzaken.
Het hof acht wel bewezen dat verdachte op 15 februari 2011 te 's-Gravenhage opzettelijk mishandelde door meerdere keren met een stok of soortgelijk voorwerp te slaan, waardoor het slachtoffer letsel en pijn ondervond. Het beroep op noodweer en noodweerexces wordt verworpen, omdat uit het dossier blijkt dat verdachte de eerste was die sloeg en geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
De advocaat-generaal had een taakstraf gevorderd, maar het hof legt een geheel voorwaardelijke geldboete van €750 op, met een proeftijd van twee jaar, en bij niet-betaling vervangende hechtenis van 15 dagen. Hierbij weegt het hof de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat verdachte is vrijgesproken van het zwaardere ten laste gelegde.
Het arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser, mr. H.C. Wiersinga en mr. N. Zandbergen en uitgesproken op 29 juli 2013.