Uitspraak
21 maart 2013 tot 21 september 2013 in een AWBZ-voorziening. De ondertoezichtstelling van de minderjarige is niet in geschil.
Stukken eerste aanleg
Uithuisplaatsing
14 augustus 2013.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van een minderjarige centraal, die van 21 maart 2013 tot 21 september 2013 in een AWBZ-voorziening verbleef. De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking die de uithuisplaatsing toestond. Zij betogen dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is, gezien de ondertoezichtstelling en het positieve contact tussen de minderjarige en zijn ouders.
De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg handhaven het verzoek tot uithuisplaatsing vanwege het nog lopende strafrechtelijk onderzoek naar het ernstige letsel van de minderjarige en de onduidelijkheid over de oorzaak daarvan. Ook wijzen zij op de ongeschiktheid van de huidige verblijfplaats en de complexiteit van een passende woonvoorziening.
Het hof overweegt dat hoewel het letsel ernstig is en de oorzaak nog onduidelijk, de ouders in staat zijn de benodigde zorg te bieden en de minderjarige reageert goed op hen. Gezien de duur van de onderzoeken en het feit dat de ondertoezichtstelling blijft bestaan als waarborg, acht het hof het niet langer aanvaardbaar de uithuisplaatsing voort te zetten. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom per direct beëindigd, met de kanttekening dat de kinderrechter op basis van toekomstige onderzoeksresultaten anders kan beslissen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt per direct beëindigd en de uithuisplaatsing opgeheven.