Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
STICHTING BUREAU JEUGDZORG ZUID-HOLLAND,
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- mevrouw S. Sedlick, de heer E. Zegers en mevrouw T. Winkels namens Jeugdzorg;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
geensprake is van kindermishandeling. In casu is deze conclusie niet juist omdat die conclusie in strijd is met hetgeen de minderjarige heeft verklaard. Jeugdzorg heeft geen gronden om de minderjarige niet te geloven. Door voortaan alleen te kunnen kiezen voor: ‘ja, er is sprake van kindermishandeling’ of ‘nee, er is geen sprake van kindermishandeling’ worden de mogelijkheden en bevoegdheden van Jeugdzorg/het AMK te veel beperkt. Ook wordt de taakuitoefening van het AMK belemmerd omdat de veiligheidsrisico’s die in AMK-onderzoeken worden vastgesteld onvoldoende kunnen worden benoemd en zo mogelijk aangepakt, meer in het bijzonder in die gevallen waarin het vermoeden niet onomstotelijk kan worden bevestigd, maar waar wel veiligheidsrisico’s voor minderjarigen worden gesignaleerd.
- het ondernemen van actie door middel van verwijzing naar hulpverleningsinstanties of de raad voor de kinderbescherming;
- het besluit geen actie te ondernemen.”
- in het onderzoek het in de melding geuite vermoeden niet kan worden bevestigd en niet kan worden weerlegd én er voor het AMK onvoldoende aanknopingspunten zijn om de melding - zonodig met inschakeling van anderen - nader te (doen) onderzoeken;
- naar het oordeel van het AMK aanvullend onderzoek, diagnostiek, ondersteuning, hulpverlening of bescherming niet nodig zijn”.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
10 juli 2013.