Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
primair en subsidiair ten laste gelegdeheeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor poging tot zware mishandeling en opzettelijke mishandeling van een persoon in Rotterdam op 10 oktober 2010. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk.
In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken, waarna het Openbaar Ministerie hoger beroep instelde. Het hof heeft het dossier en de zittingen op 8 november 2012, 20 februari 2013 en 6 juni 2013 bestudeerd en concludeert dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het letsel heeft toegebracht.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van het gerechtshof en spreekt verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het hof doet opnieuw recht en verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 20 juni 2013.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging zware mishandeling en opzettelijke mishandeling.