ECLI:NL:GHDHA:2013:2156
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Van Kempen
- van Nievelt
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling na ontzegging met dwangsom bij niet-naleving
In deze zaak staat de omgang tussen de vader en zijn minderjarige kind centraal, nadat de omgangsrechten van de vader eerder waren ontzegd tot oktober 2010. Het hof constateert dat de ontzeggingstermijn is verstreken en toetst het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling aan artikel 1:377a BW. Uit het rapport van het Rotterdams Omgangshuis blijkt dat begeleide contacten tussen vader en kind positief zijn verlopen, hoewel de minderjarige moeite heeft met begroetings- en afscheidsmomenten.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en wordt door het hof aangesproken op haar verantwoordelijkheid om het belang van de minderjarige te dienen door het contact met de vader te stimuleren. Hoewel de moeder onder dwangsom meewerkt, bestaat het vermoeden dat zij de minderjarige aan een loyaliteitsconflict blootstelt, wat mogelijk het opstandige gedrag van het kind veroorzaakt.
Het hof acht het in het belang van het kind dat een opbouwende omgangsregeling wordt vastgesteld, waarbij geen begeleiding meer noodzakelijk is gezien de leeftijd van het kind. De omgang vindt plaats eens in de twee weken op zaterdag en later uitgebreid naar een weekendregeling. De moeder wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 100 per keer dat zij niet meewerkt, met een maximum van € 10.000. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast en legt een dwangsom op aan de moeder bij niet-naleving.