ECLI:NL:GHDHA:2013:1809

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
26 april 2013
Publicatiedatum
23 juni 2013
Zaaknummer
BK-12/00389
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verwijzing na Hoge Raad
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hof vernietigt belastingverhogingen en boeten na verwijzing Hoge Raad

Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen, verhogingen en boetebeschikkingen over de jaren 1990 tot en met 2000. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Amsterdam werden de aanslagen deels verminderd en de verhogingen deels kwijtgescholden. De Hoge Raad vernietigde vervolgens het hofarrest voor wat betreft de verhogingen en boeten en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag.

Tijdens de behandeling in het Gerechtshof Den Haag gaf de Inspecteur aan dat het vereiste bewijs voor het opleggen van boeten niet geleverd kon worden en sloot hij zich aan bij het standpunt van belanghebbende dat de verhogingen en boeten moeten vervallen. Het hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de verhogingen en boeten.

Het hof veroordeelde de Inspecteur tevens in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €1.416. Een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn sinds het verwijzingsarrest niet was overschreden en eerdere verzoeken in deze procedurefase niet aan de orde waren.

De uitspraak werd op 26 april 2013 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag, waarna partijen binnen zes weken cassatie bij de Hoge Raad kunnen instellen.

Uitkomst: Het hof vernietigt de verhogingen en boeten en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van €1.416.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-12/00389

Uitspraak van 26 april 2013

in het geding tussen:

[X] te [Z], belanghebbende,

en
de directeur van de Belastingdienst Amsterdam(dan wel Holland-Noord), de Inspecteur,
op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de Inspecteur betreffende de hierna vermelde navorderingsaanslagen en beschikkingen.

Navorderingsaanslagen, kwijtscheldingsbesluiten, boetebeschikkingen en bezwaar

1.1.1. Aan belanghebbende zijn over de jaren 1990 tot en met 1997 navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. De navorderingsaanslagen zijn opgelegd met een verhoging (jaren 1990 en 1997), van welke verhoging geen kwijtschelding is verleend.
1.1.2. Aan belanghebbende zijn over de jaren 1998 tot en met 2000 navorderingsaanslagen in de IB/PVV opgelegd en bij beschikkingen boeten.
1.2. De navorderingsaanslagen, de kwijtscheldingsbesluiten en de boetebeschikkingen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.

Loop van het geding

2.1. Bij uitspraak van 10 februari 2011, nummer 04/02754, heeft het Gerechtshof Amsterdam  voor zover hier van belang  de door belanghebbende tegen de uitspraken van de Inspecteur ingestelde beroepen gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd, de navorderingsaanslagen en de boeten verminderd, de verhogingen gedeeltelijk kwijtgescholden, de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 666 en de Inspecteur gelast het griffierecht van € 37 aan belanghebbende te vergoeden.
2.2. Bij arrest van 13 april 2012, nummer 11/01441, heeft de Hoge Raad het door belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam ingestelde beroep in cassatie gegrond verklaard, de hofuitspraak uitsluitend wat betreft de verhogingen voor de jaren 1990 en 1997 en de boeten voor de jaren 1998 tot en met 2000 vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest.
2.3. Partijen hebben zich over het arrest van de Hoge Raad (het verwijzingsarrest) uitgelaten, belanghebbende bij brieven van 31 mei 2012 en 11 juli 2012, de Inspecteur bij brief van 21 juni 2012. Zij hebben van elkaars schrifturen, waarvan de inhoud als hier ingelast wordt beschouwd, kunnen kennis nemen.
2.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 1 februari 2013, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen.

Beoordeling van het beroep na verwijzing

3.1. De Inspecteur heeft te kennen gegeven dat naar maatstaven van boeterecht het van hem te verlangen bewijs niet is te leveren en heeft zich daarom alsnog verenigd met het standpunt van belanghebbende dat de verhogingen en de boeten moeten vervallen.
3.2. Dat voert het Hof tot de conclusie dat het beroep gegrond is. Bijgevolg moet worden beslist zoals hierna is vermeld.

Proceskosten en schadevergoeding

4.1. Het Hof ziet reden de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende in beroep na verwijzing gemaakte proceskosten. Het Hof stelt de kosten wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.416: 2 punten à € 472 x 1,5 (gewicht). Voor een hogere of lagere vergoeding acht het Hof geen termen aanwezig. Overigens bestaat evenmin aanleiding belanghebbende in de proceskosten te veroordelen.
4.2. Voor zover belanghebbende beoogt te verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, moet het verzoek worden afgewezen, omdat de redelijke termijn sedert het verwijzingsarrest niet is overschreden, waarbij zo nodig in aanmerking is te nemen dat op verzoek van belanghebbende pas uitspraak wordt gedaan, zodra de laatste KBLux-verwijzingszaak van gemachtigde mr. [A] op zitting is behandeld. Wat betreft de procedure voorafgaande aan de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam kan een verzoek om schadevergoeding niet eerst in deze fase van de procedure worden gedaan. Bovendien biedt de verwijzingsopdracht voor een beoordeling van het verzoek geen ruimte.

Beslissing

Het Gerechtshof:
  • vernietigt de uitspraken op bezwaar die zien op een verhoging of een boete;
  • vernietigt de kwijtscheldingsbesluiten;
  • vermindert de navorderingsaanslagen aldus, dat telkens de verhoging vervalt;
  • vernietigt de boetebeschikking; en
  • veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten na verwijzing aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1.416.
De uitspraak is vastgesteld door mrs. U.E. Tromp, J.T. Sanders en W.M.G. Visser, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.W. Otto. De beslissing is op 26 april 2013 in het openbaar uitgesproken.
De griffier was verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.
aangetekend aan
partijen verzonden:
Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kanbinnen zes wekenna de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1.
Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2.
Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
  • de naam en het adres van de indiener;
  • de dagtekening;
  • de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
  • de gronden van het beroep in cassatie.
Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.