De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin een uitkering tot levensonderhoud en de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden tussen partijen zijn geregeld. Zij stelt dat de rechtbank abusievelijk bepaalde voorwaarden uit de vaststellingsovereenkomst van 29 november 2006 niet heeft opgenomen in de beschikking van 26 juni 2012, terwijl deze voorwaarden wel ter zitting waren besproken en overeengekomen.
De man betwist dit en stelt dat de nieuwe overeenkomst die ter zitting is gesloten de eerdere vaststellingsovereenkomst vervangt en dat bepaalde voorwaarden bewust zijn uitgesloten. Het hof concludeert dat uit de tekst van de rechtbankovereenkomst niet blijkt dat deze de eerdere overeenkomst aanvult of wijzigt.
Gezien het bewijsaanbod van de vrouw laat het hof haar toe om haar stellingen te bewijzen door middel van getuigenverhoor. Het hof bepaalt een datum voor het getuigenverhoor en legt procedurele verplichtingen op aan partijen. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 25 mei 2013.