Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 april 2013
[appellant],
Applicationplaza B.V., mede h.o.d.n. knowledgeplaza Applications,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Grief 1richt zich tegen rechtsoverwegingen 7.1. tot en met 7.7. van het tussenvonnis, waarin de rechtbank de overeenkomst van partijen kwalificeert en overweegt dat [appellant] in beginsel is gehouden de niet betaalde facturen te voldoen wegens in opdracht door Knowledge verrichte werkzaamheden en door deze geleverde apparatuur.
Grieven 2, 7 en het eerste deel van grief 8zien op de (verwerping van de) eerste tekortkomingsstelling van [appellant] aan het adres van Knowledge inhoudende dat in de visie van [appellant] overeen was gekomen een zodanige onderhoudsverplichting van Nasrullahs computersysteem door Knowledge, dat in ieder geval een crash van het systeem zou worden voorkomen, de ter zake gegeven bewijsopdracht aan [appellant] en het oordeel dat hij niet geslaagd is in dat bewijs.
Grieven 3, 7 en het tweede deel van grief 8zien op de (verwerping van de) tweede tekortkomingsstelling van [appellant], namelijk dat Knowledge op eigen initiatief vanaf december 2003 geen back-ups meer heeft gemaakt van het computersysteem, de ter zake gegeven bewijsopdracht aan [appellant] en het oordeel dat hij niet in dat bewijs is geslaagd. Overigens lenen grieven 2, 3, 7, 8 zich voor gezamenlijke behandeling, nu ook de toelichting op de hoofdgrieven 2 en 3 de twee tekortkomingsstellingen niet scherp onderscheidt.
Grief 4regardeert rechtsoverwegingen 7.12.1 tot en met 7.12.4. van het tussenvonnis, waarin de rechtbank inhoudelijke beoordeling van de overige door [appellant] gestelde tekortkomingen in het midden laat, nu hier geen verzuim kan worden aangenomen omdat Knowledge ten onrechte niet in gebreke is gesteld door [appellant].
Grief 5ziet op rechtsoverweging 7.17 van het tussenvonnis, waarin de onrechtmatige daadsgrondslag van Nasrullahs vordering sneuvelt op het niet voldoen aan zijn stelplicht. In
grief 6staan de rechtsoverwegingen 7.18.1. tot en met 7.18.5. van het tussenvonnis centraal, waarin de vordering van [appellant] tot betaling van € 8.270,02 wegens verrichte dienstverlening wordt verworpen.
Grief 10, ten slotte, mist zelfstandige betekenis en ziet op de veroordelingen aan het adres van [appellant] in het eindvonnis – kort gezegd – tot betaling van de achterstallige facturen met rente en proceskosten in conventie en reconventie.
€ 33.270,02 is een verrekening overeengekomen met € 8.270,02 voor door [appellant] voor Knowledge verrichte diensten, zodat door [appellant] te betalen over bleef € 25.000,-. Ook is afgesproken dat Knowledge haar dienstverlening zou voortzetten, maar dat deze schriftelijk zou worden vastgelegd. Daartoe heeft Knowledge twee offertes uitgebracht, een dienstverleningsofferte en een apparatuurofferte voor de vervanging van de server. Deze zijn nooit door [appellant] aanvaard, hoewel Knowledge hem minstens tien maal daartoe heeft trachten te bewegen.