ECLI:NL:GHARN:2012:BZ0548

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
20 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
P12/0410
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G. Oldekamp
  • Y.A.J.M. van Kuijck
  • W.R. Rosingh
  • B.C.M. Raes
  • A. Verheugt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e SrArt. 359 SvArt. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling zonder gemaximeerde duur na omzetting in dwangverpleging

De zaak betreft een terbeschikkingstelling (TBS) die aanvankelijk met voorwaarden werd opgelegd, waarna later door het hof de verpleging van overheidswege werd bevolen. De terbeschikkinggestelde betoogde dat de TBS gemaximeerd moest worden vanwege het ontbreken van een geweldsmisdrijf, en dat de maatregel onvoorwaardelijk beëindigd moest worden na overschrijding van vier jaar. Het openbaar ministerie stelde dat het motiveringsvoorschrift van artikel 359, zevende lid, Sv niet van toepassing is bij TBS met voorwaarden en verwees naar jurisprudentie.

Het hof oordeelde dat het motiveringsvoorschrift alleen geldt bij oplegging van TBS met dwangverpleging en dat bij omzetting de verlengingsrechter moet beoordelen of sprake is van een geweldsdelict. Gelet op de feiten, waaronder ontuchtige handelingen met een minderjarige, kwalificeerde het hof het delict als geweldsmisdrijf, waardoor geen gemaximeerde TBS van toepassing is.

Het hof bevestigde de beslissing van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 september 2012 tot verlenging van de TBS met dwangverpleging met een termijn van twee jaar. De beslissing werd op 20 december 2012 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hof bevestigt de verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging zonder toepassing van de gemaximeerde duur vanwege het geweldsmisdrijf.

Uitspraak

TBS P12/0410
Beslissing d.d. 20 december 2012
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [verblijfplaats]
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 september 2012, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 28 september 2012;
- de aanvullende informatie van [kliniek] van 21 november 2012 met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 10 juli 2012 tot en met 10 oktober 2012;
-het faxbericht van [kliniek] van 22 november 2012 met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 11 oktober 2012 tot 11 november 2012.
Het hof heeft ter zitting van 6 december 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr R.E. Dijkstra, advocaat te Zeewolde, en de advocaat-generaal, mr E.J. Julsing-Nijenhuis.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw
De raadsvrouw heeft betoogd dat de maatregel van terbeschikkingstelling niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Gelet op de uitspraak van het EHRM van 31 juli 2012 (Van der Velden tegen Nederland) en recente jurisprudentie van het hof (Hof Arnhem 1 oktober 2012, LJN: BX8788) moet daarom in beginsel uit worden gegaan van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. Nu de duur van de maatregel de termijn van vier jaren thans heeft overschreden, dient de terbeschikkingstelling onvoorwaardelijk te worden beëindigd. Voorts heeft de raadsvrouw gepersisteerd bij hetgeen in eerste aanleg is aangevoerd.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een in duur gemaximeerde terbeschikkingstelling en heeft verwezen naar nadere recente jurisprudentie van het hof Arnhem (Hof Arnhem 5 november 2012, LJN: BY2256). In de onderhavige zaak was ook aanvankelijk sprake van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Bij de oplegging daarvan geldt het motiveringsvoorschrift van artikel 359 lid 7 Sv Pro niet.
Uit de rapportages blijkt dat de behandeling moeizaam verloopt en dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.
Het oordeel van het hof
Gemaximeerde terbeschikkingstelling?
In het onderhavige geval is bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 augustus 2004 een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. Bij beslissing van dit hof van
11 maart 2008 is alsnog de verpleging van overheidswege bevolen. In die beslissing is niet overwogen dat sprake is van een in duur gemaximeerde terbeschikkingstelling. In de beslissing van de rechtbank van 17 september 2012, waarvan beroep, is overwogen dat sprake is van een geweldsdelict als bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Op de tenuitvoerlegging van een terbeschikkingstelling zijn na een beslissing tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging de bepalingen over de verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is de totale duur van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege beperkt tot vier jaar, tenzij de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen ("een geweldsmisdrijf").
Nu het motiveringsvoorschrift van artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering alleen van toepassing is bij de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging, derhalve niet bij de oplegging van een terbeschikkingstelling met voorwaarden, is het, in een geval als waarvan in deze zaak sprake is, aan de rechter die alsnog de verpleging van overheidswege beveelt dan wel aan de verlengingsrechter (in hoger beroep) om te oordelen of al dan niet sprake is van een geweldsdelict. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de indexdelicten geweldsdelicten betreffen, te weten het buiten echt met een persoon beneden de leeftijd van zestien jaar plegen van ontuchtige handelingen, meermalen gepleegd, mede bestaande uit het in de anus van die persoon duwen van het uiteinde van een tuinslang. Op grond hiervan is geen sprake van een gemaximeerde terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
Bevestiging
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.
Beslissing
Het hof:
Bevestigt de beslissing van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 september 2012 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr G. Oldekamp als voorzitter,
mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr W.R. Rosingh als raadsheren,
en prof. dr. B.C.M. Raes en dr. A. Verheugt als raden,
in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden als griffier,
en op 20 december 2012 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.