ECLI:NL:GHARN:2012:BY4676
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing fraus legis bij overdracht aandelen in onroerendezaaklichaam met naheffingsaanslag overdrachtsbelasting
Belanghebbende, X B.V., had aandelen in B BV verworven waarbij een vordering op A BV op de balans stond die niet werd overgenomen tegen reële waarde, maar tegen nominale waarde. De Inspecteur legde naheffingsaanslag overdrachtsbelasting, vergrijpboete en heffingsrente op. De Rechtbank Arnhem vernietigde deze aanslag, maar het hof vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.
Het hof oordeelt dat toepassing van het leerstuk fraus legis gerechtvaardigd is omdat het doel en de strekking van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) worden miskend indien geen overdrachtsbelasting wordt geheven. De transacties zijn zo ingericht dat de heffing van overdrachtsbelasting wordt verijdeld door de aandelenoverdracht te combineren met een verrekening van een vordering tegen nominale waarde.
Verder sluit het hof zich aan bij het arrest van het Hof van Justitie EU in de zaak C-487/09 (Inmogolf), waarin is geoordeeld dat heffing van overdrachtsbelasting bij overdracht van aandelen in een onroerendezaaklichaam niet in strijd is met Europese regelgeving. Het hof wijst het beroep van belanghebbende af en bevestigt de naheffingsaanslag en heffingsrente.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en heffingsrente.