ECLI:NL:GHARN:2012:BX9946
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot verval van instantie in verzoekschriftprocedure echtscheiding
In deze zaak gaat het om een verzoek van de man tot verval van instantie op grond van artikel 251 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in een echtscheidingsprocedure met nevenvoorzieningen. De Hoge Raad had eerder beschikkingen van het hof ’s-Hertogenbosch vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De man stelt dat de vrouw een verwijzingsprocedure moet starten, maar zij heeft dit niet gedaan, waardoor de procedure stil ligt. Hij beroept zich op artikel 251 Rv Pro om verval van instantie te vorderen en verwijst ook naar artikel 6 EVRM Pro wegens vermeend misbruik van recht door de vrouw. De vrouw betwist de ontvankelijkheid van het verzoek en stelt dat artikel 251 Rv Pro niet van toepassing is op verzoekschriftprocedures.
Het hof overweegt dat artikel 251 Rv Pro uitsluitend ziet op dagvaardingsprocedures en niet van toepassing is op verzoekschriftprocedures zoals deze. Er is geen wettelijke grond om dit artikel analoog toe te passen. Verder is er geen sprake van misbruik van recht, omdat partijen vrij zijn om de procedure voort te zetten. De man kan zelf een verzoek indienen om de procedure voort te zetten. Het hof wijst het verzoek van de man af en verklaart hem niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot verval van instantie en wijst het verzoek af.