ECLI:NL:GHARN:2012:BX7289
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis kort geding over betaling geldsom na vaststellingsovereenkomst
Partijen, voormalige partners, hadden een affectieve relatie en een beperkte gemeenschap van goederen, waaronder een woning met hypothecaire schuld. Bij vaststellingsovereenkomst van 23 juni 2010 werd overeengekomen dat [appellant] een bedrag van €67.050 aan [geïntimeerde] verschuldigd was, waarvan €24.000 binnen een maand op de hypotheek moest worden gestort en €33.050 nog niet was overeengekomen.
[Geïntimeerde] vorderde in kort geding betaling van €52.050 wegens niet-nakoming door [appellant], die slechts €5.000 had voldaan. Zij stelde een spoedeisend belang wegens het aflopen van de rentevaste periode van de hypotheek per 1 mei 2012, waardoor de lasten zouden stijgen en zij met hun kind uit de woning zou kunnen worden gezet.
De voorzieningenrechter wees de vordering toe, maar wees buitengerechtelijke kosten af. [Appellant] stelde in hoger beroep dat er geen spoedeisend belang was en dat mediation nog niet was afgerond. Het hof oordeelde dat het spoedeisend belang thans wel aanwezig was, mediation was geprobeerd zonder resultaat, en dat de vordering voldoende aannemelijk was.
Het hof verwierp ook het verweer dat [appellant] niet over financiële middelen beschikte en dat hij de vaststellingsovereenkomst wilde vernietigen wegens dwaling. De grieven faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [appellant] tot betaling van €52.050 plus wettelijke rente aan [geïntimeerde].