ECLI:NL:GHARN:2012:BX5373
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerijen
Veroordeelde stelde in hoger beroep bezwaar tegen de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerijen. Hij betwistte de omvang van de oogsten en de kwaliteit daarvan en stelde dat afnemers zijn stellingen konden bevestigen.
Het hof overwoog dat het rapport van de financieel deskundige onvoldoende aanknopingspunten bood om de door veroordeelde naar voren gebrachte feiten te weerleggen. Het verzoek tot het horen van getuigen werd echter afgewezen vanwege het grote tijdsverloop van meer dan zeven jaar, waardoor de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen zou zijn aangetast. Dit tijdsverloop was grotendeels te wijten aan het openbaar ministerie.
Het hof sloot aan bij de verklaring van veroordeelde dat hij een omzet van €35.000 had gegenereerd, waartegen investeringskosten van €10.000 werden geschat. Op basis hiervan stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €25.000 en legde de verplichting tot betaling aan de Staat op. Tevens constateerde het hof een schending van het recht op een redelijke termijn, waarvan veroordeelde profiteerde bij de vaststelling van het voordeel.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €25.000 en legt de betalingsverplichting aan de Staat op.