ECLI:NL:GHARN:2012:BX3371
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit softdrugsverkoop
De veroordeelde werd door de rechtbank Almelo veroordeeld voor medeplegen van handel in softdrugs in de periode van 1 maart 2007 tot en met 2 maart 2009. In hoger beroep betwistte hij de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel en stelde dat de handel langer dan acht weken stil had gelegen.
Het hof stelde vast dat de handel in weed en weedstekken plaatsvond vanuit een growshop waarvan de veroordeelde mede-eigenaar was. Tijdens controles werden hennep en resten daarvan aangetroffen in het bedrijfspand. Het hof achtte de verklaring van de veroordeelde over de inkoop- en verkoopprijzen aannemelijk en schatte de bruto opbrengst op basis van een periode van 70 weken handel.
De verdediging stelde dat de waarde van in beslag genomen softdrugs in mindering moest worden gebracht, maar het hof verwierp dit omdat gemaakte kosten niet direct het behaalde voordeel verminderen. Ook achtte het hof het niet aannemelijk dat de handel langer dan acht weken stillag. De verplichting tot betaling aan de Staat werd vastgesteld op €46.700,00.
Het hof vernietigde het vonnis van het gerechtshof en deed opnieuw recht, waarbij het ontnemingsbedrag werd vastgesteld en de betalingsverplichting werd opgelegd. Draagkracht van de veroordeelde werd niet als belemmering gezien voor matiging van het bedrag.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €46.700 en legt de verplichting tot betaling aan de Staat op.