ECLI:NL:GHARN:2012:BX2863

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
25 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
000849-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 513 lid 5 SvArt. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bevel tot gevangenhouding na wrakingsverzoek en spoedeisendheidsoverweging

Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht waarin een bevel tot gevangenhouding van verdachte was gegeven. Verdachte had tijdens de raadkamer een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter, waarna de verdediging stelde dat de raadkamer niet bevoegd was om over de vordering te beslissen en dat het onderzoek geschorst diende te worden op grond van artikel 513, lid 5, Wetboek van Strafvordering.

De raadkamer oordeelde echter dat het wrakingsverzoek aan het einde van de behandeling was ingediend en dat de korte tijdspanne tot het aflopen van het bevel tot bewaring spoedeisendheid rechtvaardigde. Hierdoor kon de raadkamer in dezelfde samenstelling beslissen over de vordering voordat de wrakingskamer over het verzoek had beslist. De wrakingskamer wees het verzoek uiteindelijk af, waardoor verdachte niet in zijn belangen was geschaad.

Het hof stelde vast dat de gronden voor het bevel tot gevangenhouding nog steeds bestonden en bevestigde daarom de beschikking van de rechtbank. Het hof baseerde zich hierbij op de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Elders, van Zuijlen en van Kesteren op 25 juli 2012 in aanwezigheid van griffier Peters.

Uitkomst: Het hof bevestigt het bevel tot gevangenhouding van verdachte ondanks het wrakingsverzoek vanwege spoedeisendheid en afwijzing van het wrakingsverzoek.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
pkn: 16-655950-12
avnr: 000849-18
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in het huis van bewaring te Nieuwegein.
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Utrecht van 28 juni 2012, voor zover houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr J.M. Jonkergouw, advocaat te Vught, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 29 juni 2012.
OVERWEGINGEN:
De raadsman heeft aangevoerd dat – kort gezegd – de raadkamer van de rechtbank niet bevoegd was tot het nemen van een beslissing op de vordering aangezien verdachte de raadkamer bij de behandeling van die vordering had gewraakt en het onderzoek op grond van artikel 513, lid 5, Wetboek van Strafvordering geschorst diende te worden. Daarbij was er geen sprake van een dermate spoedeisendheid dat de beslissing van de wrakingskamer niet kon worden afgewacht.
Uit het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer van 28 juni 2012 blijkt dat het wrakingsverzoek door verdachte aan het einde van de behandeling in raadkamer is gedaan. Hetgeen de behandelend rechter daarna nog heeft meegedeeld alvorens het onderzoek te sluiten, is niet in strijd met artikel 513, lid 5, Wetboek van Strafvordering. Gezien de korte tijdspanne tussen de datum van behandeling van de vordering en de datum waarop het bevel bewaring afliep, kon de raadkamer oordelen dat er sprake was van spoedeisendheid. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de wet zich niet verzet tegen bemoeiingen door een rechter van wie de wraking is verzocht, kon de raadkamer in dezelfde samenstelling al op de vordering van het openbaar ministerie beslissen nog voordat de wrakingskamer op het wrakingsverzoek had beslist.
Overigens is het hof gebleken dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek heeft afgewezen zodat verdachte in zoverre ook niet in enig te respecteren belang is geschaad.
Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte heeft gegeven ook thans nog bestaan, zodat de beschikking van de rechtbank voor zover daarvan beroep is ingesteld met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING:
Het hof bevestigt de beschikking voor zover daartegen hoger beroep is ingesteld.
Aldus gegeven op 25 juli 2012 door mrs A.W.M. Elders, voorzitter, R.W. van Zuijlen en P. van Kesteren, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.