ECLI:NL:GHARN:2012:BX2863
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevel tot gevangenhouding na wrakingsverzoek en spoedeisendheidsoverweging
Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht waarin een bevel tot gevangenhouding van verdachte was gegeven. Verdachte had tijdens de raadkamer een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter, waarna de verdediging stelde dat de raadkamer niet bevoegd was om over de vordering te beslissen en dat het onderzoek geschorst diende te worden op grond van artikel 513, lid 5, Wetboek van Strafvordering.
De raadkamer oordeelde echter dat het wrakingsverzoek aan het einde van de behandeling was ingediend en dat de korte tijdspanne tot het aflopen van het bevel tot bewaring spoedeisendheid rechtvaardigde. Hierdoor kon de raadkamer in dezelfde samenstelling beslissen over de vordering voordat de wrakingskamer over het verzoek had beslist. De wrakingskamer wees het verzoek uiteindelijk af, waardoor verdachte niet in zijn belangen was geschaad.
Het hof stelde vast dat de gronden voor het bevel tot gevangenhouding nog steeds bestonden en bevestigde daarom de beschikking van de rechtbank. Het hof baseerde zich hierbij op de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Elders, van Zuijlen en van Kesteren op 25 juli 2012 in aanwezigheid van griffier Peters.
Uitkomst: Het hof bevestigt het bevel tot gevangenhouding van verdachte ondanks het wrakingsverzoek vanwege spoedeisendheid en afwijzing van het wrakingsverzoek.