ECLI:NL:GHARN:2012:BX2204
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.J. Rijken
- A.E.F. Hillen
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens duurzame samenwoning met derde
In deze zaak stond de vraag centraal of de partneralimentatieverplichting van de man jegens de vrouw voortduurde na hun echtscheiding, nu de vrouw een duurzame samenwoning was aangegaan met een derde, [A.]. Het hof heeft uitgebreid bewijs verzameld, waaronder getuigenverklaringen van familieleden en betrokkenen, en heeft vastgesteld dat de vrouw vanaf de vroege zomer van 2003 tot de herfst van 2007 met [A.] heeft samengewoond en een affectieve relatie had.
De vrouw betwistte de duur van deze samenwoning, maar haar verklaringen waren inconsistent en minder betrouwbaar dan die van de andere getuigen. Ook werd vastgesteld dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding en wederzijdse verzorging, zowel emotioneel als financieel, onder meer door het aanhouden van een gezamenlijke bankrekening en gedeelde financiële verantwoordelijkheden.
Op grond van artikel 1:160 BW Pro concludeerde het hof dat de partneralimentatieverplichting van de man is geëindigd door de duurzame samenwoning van de vrouw met [A.]. Het hof wees daarom het verzoek van de vrouw om voortzetting van alimentatie af en bekrachtigde de eerdere beschikking van de rechtbank. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De partneralimentatieverplichting van de man eindigt vanwege de duurzame samenwoning van de vrouw met een derde en het verzoek tot voortzetting wordt afgewezen.