ECLI:NL:GHARN:2012:BX0538
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek opheffing alimentatiebeslag afgewezen door Gerechtshof Arnhem
In deze civiele zaak ging het om het verzoek van appellant tot opheffing van executoriale beslagen die gelegd waren ten bate van geïntimeerde wegens achterstallige kinderalimentatie. Appellant voerde meerdere grieven aan, waaronder dat hij meer alimentatie had betaald dan erkend, dat verrekening met huwelijkse schulden mogelijk was, en dat het verblijf van het kind in een tehuis de alimentatieplicht zou beïnvloeden.
Het hof ging uit van de feiten zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter en oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op verrekening van de alimentatie met huwelijkse schulden. Ook het argument dat geen alimentatie verschuldigd zou zijn tijdens het verblijf van het kind in een tehuis werd verworpen. De door appellant aangevoerde grieven faalden, behalve een gedeeltelijke toewijzing betreffende een bedrag van € 1.078,86 dat appellant had voldaan en dat in mindering kon worden gebracht.
Het hof stelde dat het spoedeisende belang aanwezig was, maar dat de executie slechts geschorst kan worden bij een duidelijke juridische of feitelijke misslag of bij een noodtoestand. Geen van deze omstandigheden was aanwezig. Het vonnis van de voorzieningenrechter werd daarom bekrachtigd en iedere partij draagt de eigen kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het alimentatiebeslag is afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter is bekrachtigd.