ECLI:NL:GHARN:2012:BW9467
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.J. Peters
- C.M. Ettema
- A.J.H. van Suilen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vorming herinvesteringsreserve bij verkoop kavels camping
Belanghebbende exploiteert een camping en verkocht in 2005 kavels met een boekwinst van €1.579.618. Zij wilde een herinvesteringsreserve (HIR) vormen op grond van artikel 3.54 Wet IB 2001, omdat zij een vervangingsvoornemen zou hebben. De Inspecteur weigerde dit en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat zij vanaf 2004 een vervangingsvoornemen had en overlegde diverse verklaringen en documenten ter onderbouwing. Het hof oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende concreet en aannemelijk maakten dat ultimo 2005 een vervangingsvoornemen bestond. De correspondentie uit 2004 en de verklaringen waren te algemeen en er was geen concreet voorbeeld van een geplande vervangende investering.
Het hof stelde vast dat aankopen in de periode 2005-2007 wel plaatsvonden, maar onder andere vennootschappen binnen het concern, wat wijst op een concernniveau vervangingsvoornemen en niet specifiek bij belanghebbende. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de brief van de Belastingdienst algemene informatie gaf en geen specifiek vertrouwen kon wekken zonder aannemelijk vervangingsvoornemen.
De heffingsrente werd gehandhaafd omdat de aanslag niet werd verminderd. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.