ECLI:NL:GHARN:2012:BW9219
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens sterfgeval
De verdachte is op 2 juli 2010 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 23 jaren en heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Op 18 juni 2012 verzocht hij het gerechtshof om schorsing van zijn voorlopige hechtenis om de avondwake en begrafenis van zijn vader bij te wonen, die op 17 juni 2012 was overleden.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 80, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering de bepalingen inzake schorsing van voorlopige hechtenis niet van toepassing zijn indien verlof kan worden verleend op grond van de Penitentiaire beginselenwet. Volgens artikel 24 van Pro de Regeling tijdelijk verlaten inrichting kan incidenteel verlof worden verleend bij een sterfgeval, beperkt tot één dag met uitloop tot twee dagen voor reistijd.
Omdat het verzoek van verdachte meer dan twee dagen schorsing betrof en geen andere gronden voor schorsing waren aangevoerd, achtte het hof zich niet bevoegd om over het verzoek te beslissen. Het hof verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees naar de regeling voor verlof bij sterfgevallen.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis wegens het sterfgeval van de vader van verdachte.