ECLI:NL:GHARN:2012:BW9104
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige executie van dwangsommen bij omgangsregeling
In deze zaak gaat het om een incassogeschil over dwangsommen die zijn opgelegd in verband met medewerking aan een omgangsregeling tussen vader en kind. De moeder werd bij vonnis verplicht een keuze te maken tussen twee begeleidsters voor de omgang, met dwangsommen bij niet-nakoming.
De moeder maakte geen keuze omdat één begeleidster niet beschikbaar was en de vader hiervan op de hoogte was. De moeder heeft vervolgens meegewerkt aan het vaststellen van een nieuwe datum voor de omgang onder begeleiding van de beschikbare begeleidster.
De rechtbank oordeelde dat de moeder aan haar verplichtingen had voldaan en dat de dwangsommen onverschuldigd waren geïncasseerd. Het hof bevestigt dit oordeel en veroordeelt de vader tot terugbetaling van het geïncasseerde bedrag en tot betaling van de proceskosten.
Het hof benadrukt dat het onredelijk en onaanvaardbaar is dat de vader zich beroept op het niet maken van een keuze door de moeder, terwijl hij wist dat slechts één begeleidster beschikbaar was. De moeder heeft voldoende inspanningen verricht om de omgang te laten plaatsvinden.
De uitspraak bevestigt het belang van redelijkheid en billijkheid bij de uitvoering van omgangsregelingen en de toepassing van dwangsommen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de dwangsommen ten onrechte zijn geïncasseerd en veroordeelt de vader tot terugbetaling en betaling van proceskosten.