ECLI:NL:GHARN:2012:BW6018

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
5 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
TBS P12/0050
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Y.A.J.M. van Kuijck
  • E. van der Herberg
  • J.P. Balkema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509t SvArt. 67 Wet RO
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met onderzoek naar voorwaardelijke beëindiging

Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem om de terbeschikkingstelling (TBS) van de terbeschikkinggestelde met een jaar te verlengen. De terbeschikkinggestelde had bezwaar gemaakt tegen deze verlenging en verzocht primair om beëindiging van de maatregel, subsidiair om schorsing van het onderzoek voor een maatregelrapport over de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging.

De kliniek rapporteerde een positieve ontwikkeling bij de terbeschikkinggestelde, die zich open en kwetsbaar opstelt en geen schijnaanpassing vertoont. De advocaat van de terbeschikkinggestelde betwistte de onderbouwing van de delictgevaarlijkheid en stelde dat historische gegevens te zwaar meewegen in de risicotaxatie. Het openbaar ministerie erkende de positieve lijn maar pleitte voor geleidelijke uitbreiding van vrijheden.

Het hof bevestigde de verlenging van de TBS met een jaar, maar achtte zich onvoldoende voorgelicht om te oordelen over een voorwaardelijke beëindiging. Daarom werd de behandeling geschorst tot 9 juli 2012, met het verzoek aan de advocaat-generaal om de reclassering te laten rapporteren over de voorwaarden en wijze van terugkeer in de samenleving, ook als voorwaardelijke beëindiging niet mogelijk blijkt.

De terbeschikkinggestelde verblijft sinds september 2011 met transmuraal verlof buiten de kliniek, zonder incidenten en met eigen verantwoordelijkheid voor medicatie. Het hof benadrukte het belang van een gefaseerde terugkeer en een zorgvuldige beoordeling van de mogelijkheden tot beëindiging van de maatregel.

De zaak wordt heropend na ontvangst van het rapport van de reclassering, waarbij de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman opnieuw worden opgeroepen.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met een jaar verlengd en de procedure geschorst voor nader onderzoek naar voorwaardelijke beëindiging.

Uitspraak

TBS P12/0050
Beslissing d.d. 5 april 2012
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [kliniek],
verder te noemen de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem van 16 december 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 22 december 2011;
- de aanvullende informatie van de [kliniek] van 8 maart 2012 met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van 9 juni 2011 tot 10 september 2011.
Het hof heeft ter zitting van 22 maart 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr J.A.W. Knoester, advocaat te ’s-Gravenhage, en de advocaat-generaal, mr M.J.M. van der Mark.
Overwegingen:
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
Door de kliniek is gerapporteerd dat de terbeschikkinggestelde zich in zijn contacten met hulpverleners open en kwetsbaar kan opstellen en er geen sprake lijkt te zijn van schijnaanpassing. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de delictgevaarlijkheid door de kliniek niet goed wordt onderbouwd. De raadsman is van mening dat bij de risicotaxatie vaststaande historische gegevens te veel gewicht in de schaal leggen. Primair wordt verzocht de maatregel van de terbeschikkingstelling te beëindigen. Subsidiair verzoekt de raadsman het onderzoek te schorsen teneinde een maatregelrapport te laten opmaken omtrent de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De terbeschikkinggestelde heeft aanzienlijk geprofiteerd van de behandeling. De advocaat-generaal stelt zich echter op het standpunt dat de weg van de geleidelijkheid bewandeld dient te worden. De terbeschikkinggestelde dient, gedurende de fase van het transmurale verlof en daaropvolgend die van het proefverlof, te laten zien dat hij de positieve lijn kan voortzetten. De realiteit is dat de terbeschikkinggestelde thans drie nachten per week buiten de kliniek verblijft. Deze vrijheden dienen stapsgewijs te worden uitgebreid. De advocaat-generaal concludeert tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Bij de volgende verlenging kan dan worden bekeken of een voorwaardelijke beëindiging aan de orde is.
Het oordeel van het hof
Verlenging
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden en met juistheid heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van een jaar. Daarom zal de beslissing waarvan beroep in zoverre met overneming van gronden worden bevestigd.
Verzoek tot schorsing
Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie onvoldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging.
Het hof heeft onder meer vastgesteld dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een positieve ontwikkeling. Hij beschikt sinds eind september 2011 over transmuraal verlof voor zijn verblijf op de externe resocialisatieafdeling [naam afdeling]. De verloven lopen goed, er hebben zich geen incidenten voorgedaan en betrokkene draagt zelf de verantwoordelijkheid voor de medicatie-inname.
Nu het hof de beslissing waarvan beroep zal bevestigen ten aanzien van de verlenging van de maatregel met een termijn van een jaar en het hof voorts voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt en het noodzakelijk acht zich voor de vorming van zijn eindoordeel nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in de samenleving zou kunnen geschieden, zal het hof met toepassing van artikel 509t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de behandeling van de zaak daartoe voor onbepaalde tijd aanhouden en de stukken daartoe in handen stellen van de advocaat-generaal. Ook in het geval dat de reclassering tot het oordeel komt dat voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege niet mogelijk is, verzoekt het hof om de reclassering te laten rapporteren over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in de samenleving zou kunnen geschieden.
Beslissing
Het hof:
- Bevestigt de beslissing van de rechtbank Arnhem van 16 december 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde], voor zover daarbij de terbeschikkingstelling is verlengd met een jaar
- Heropent de behandeling van de zaak en schorst het onderzoek in raadkamer tot 9
juli 2012 te 11:30 uur;
- verzoekt de advocaat-generaal er zorg voor te dragen dat Reclassering Nederland een rapport opstelt omtrent de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en daarbij tevens rapporteert over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden, ook voor het geval de reclassering tot het oordeel komt dat een voorwaardelijke beëindiging niet mogelijk is;
- stelt daartoe de stukken in handen van de advocaat-generaal;
- beveelt de oproeping van de rapporteur van de in te schakelen reclasseringsinstelling tegen voormeld tijdstip;
- beveelt voorts de oproeping van [naam terbeschikkinggestelde],
tegen voormelde tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadsman.
Aldus gedaan door
mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,
mr E. van der Herberg en mr J.P. Balkema als raadsheren,
en drs. R. Poll en drs. R. Vecht-van den Bergh als raden,
in tegenwoordigheid van K. Bruil als griffier,
en op 5 april 2012 in het openbaar uitgesproken.
De raden en mr Balkema zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.