ECLI:NL:GHARN:2012:BW5526
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt fictieve dienstbetrekking dagbladdistributeur en weigert aftrek kosten
Belanghebbende, een distributeur van dagbladen, voerde aan dat hij zijn werkzaamheden verrichtte in het kader van een onderneming en niet in een dienstbetrekking stond tot PCM Distributiebedrijf. Hij stelde recht te hebben op aftrek van kosten die hij had gemaakt.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslagen verminderd. De Inspecteur stelde in incidenteel hoger beroep dat er sprake was van een fictieve dienstbetrekking, waardoor aftrek van kosten niet mogelijk was.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet als ondernemer kon worden aangemerkt vanwege het ontbreken van meerdere opdrachtgevers, reclame en administratie. De arbeidsverhouding werd gezien als een fictieve dienstbetrekking op grond van de gelijkgesteldenregeling van de Wet LB en het Uitvoeringsbesluit. Hierdoor konden de kosten niet in aftrek worden gebracht.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en het incidentele beroep van de Inspecteur gegrond. Het vertrouwensbeginsel kon niet worden ingeroepen omdat de regeling was ingetrokken vanaf 2001. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en handhaafde de aanslagen.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt de fictieve dienstbetrekking, waardoor aftrek van kosten wordt geweigerd.