ECLI:NL:GHARN:2012:BW4243
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verzekeringsplicht volksverzekeringen van in Duitsland woonachtige directeur met werkzaamheden in Nederland
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland en directeur van een Nederlandse holding, verrichtte werkzaamheden zowel in Nederland als Duitsland. De Inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op, welke belanghebbende betwistte. De Rechtbank oordeelde dat de aanslagen inkomstenbelasting ten onrechte waren opgelegd, maar stelde de premie volksverzekeringen vast.
In hoger beroep stond centraal of belanghebbende in Nederland verzekerd was voor de volksverzekeringen. Belanghebbende stelde dat hij in Duitsland verzekerd was, omdat zijn werkgever daar gevestigd was en hij daar als zelfstandige werd beschouwd. De Inspecteur stelde dat de verzekeringsplicht in Nederland lag, omdat de werkzaamheden in loondienst in Nederland werden verricht.
Het Hof oordeelde dat op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71, artikel 14quater, de verzekeringsplicht toekomt aan de Lid-Staat waar de werkzaamheden in loondienst worden verricht. Omdat belanghebbende zijn werkzaamheden in loondienst in Nederland uitoefende, is hij onderworpen aan de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen blijft in Nederland.