ECLI:NL:GHARN:2012:BW3428
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling watersysteemheffing voor ongebouwde onroerende zaken binnen agrarisch gebruik
Belanghebbende, eigenaar van zowel gebouwde als ongebouwde onroerende zaken binnen het gebied van het Waterschap Vallei & Eem, maakte bezwaar tegen de aanslagen watersysteemheffing over 2009 voor zijn ongebouwde percelen. Hij stelde dat deze percelen geen belang hadden bij de taakvervulling van het waterschap en dat de aanslagen onzorgvuldig waren opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het hof onderzocht de feiten en oordeelde dat de weilanden belang hebben bij de taakvervulling van het waterschap, mede gelet op de onderhoudswerkzaamheden aan een beek die langs de percelen stroomt. Het hof verwierp het argument dat het ontbreken van persoonlijk genot van de werkzaamheden tot vrijstelling zou leiden.
Verder faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel met betrekking tot een lager tarief voor natuurterreinen, aangezien de nieuwsbrieven van het waterschap na het heffingstijdvak niet voldoende duidelijkheid boden. Ook werd het bezwaar tegen de overschrijding van de beslistermijn afgewezen, omdat belanghebbende geen verdere stappen had ondernomen.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de aanslagen voor de watersysteemheffing in stand bleven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen watersysteemheffing blijven in stand.