ECLI:NL:GHARN:2012:BV8248
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H. Abbink
- B.P.J.A.M. van der Pol
- M.C.J. Groothuizen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel cocaïnehandel
De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem waarin hij was veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie. Het hof vernietigde het vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld.
Het hof baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het vonnis van de hoofdzaak en het financieel verslag dat daarbij was opgemaakt. De veroordeelde was betrokken bij invoer en verkoop van cocaïne tussen 1 januari 2003 en 13 april 2004. De advocaat-generaal en officier van justitie berekenden het voordeel op basis van moneytransfers, terwijl de verdediging betwistte dat al deze transfers betrekking hadden op de drugshandel.
Het hof ging uit van een verkoopprijs van circa €31.000 per kilo cocaïne en schatte het aantal transporten op 25. De kosten per transport werden berekend en in mindering gebracht op de bruto-opbrengst. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €537.105,00, waarvan de helft werd toegerekend aan de veroordeelde, dus €268.552,50.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van drie jaar in de ontnemingsprocedure, werd de betalingsverplichting verminderd met €5.000,00. Het hof legde de veroordeelde de verplichting op om €263.550,00 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €268.552,50 en legt een betalingsverplichting van €263.550,00 aan de Staat op na korting wegens termijnoverschrijding.