ECLI:NL:GHARN:2012:BV8007
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige daad bij voorwaardelijk tekenen akte van cessie zonder definitieve koopovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of Redema c.s. onrechtmatig had gehandeld jegens Drienerinvest door zonder voorbehoud een akte van cessie te tekenen terwijl de onderliggende koopovereenkomst over aandelen in CEG nog niet definitief was. De rechtbank Utrecht had de vorderingen van Drienerinvest toegewezen op basis van een summiere beoordeling, ondanks dat Redema c.s. geen verweer voerden.
Het hof overwoog dat het terugwijzingsverbod in hoger beroep niet van toepassing was omdat de rechtbank wel een inhoudelijke beslissing had genomen. De inhoud van de koopovereenkomst van 4 juli 2008 en de akte van cessie maakten duidelijk dat sprake was van een nog niet definitieve transactie en een niet opeisbare vordering. Drienerinvest kon hieruit niet het vertrouwen ontlenen dat de transactie definitief was.
Verder oordeelde het hof dat het voor 'gezien' tekenen van de akte door [appellant sub 2] geen onrechtmatige daad opleverde, omdat Redema c.s. niet verplicht waren Drienerinvest uit eigen beweging te informeren over het voorlopige karakter van de overeenkomst. Ook mededelingen aan pers en personeel konden geen definitief vertrouwen wekken.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van Drienerinvest af. Drienerinvest werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van Drienerinvest af wegens ontbreken van onrechtmatig handelen door Redema c.s.