ECLI:NL:GHARN:2012:BV7782
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring volgens artikel 197 Sr
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het overtreden van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht, omdat hij op 21 maart 2011 als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Het hof verwierp het verweer dat artikel 197 Sr Pro strijdig zou zijn met het gemeenschapsrecht, met name de terugkeerrichtlijn, en oordeelde dat strafrechtelijke vervolging gerechtvaardigd is wanneer eerdere verwijderingsmaatregelen niet succesvol waren. Verdachte was sinds 2003 ongewenst verklaard en had Nederland niet verlaten, ondanks meerdere pogingen tot uitzetting en verblijf in vreemdelingenbewaring.
De verdediging stelde dat verdachte alles had gedaan om Nederland te verlaten en dat hij niet verwijderbaar was vanwege het ontbreken van een laissez-passer, maar het hof vond dat verdachte pogingen tot identificatie had gefrustreerd en meerdere aliassen gebruikte. Daarom was hij strafbaar en werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van voorarrest.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht, waarbij alleen het bewezenverklaarde werd bevestigd en overige tenlasteleggingen werden verworpen. De strafoplegging hield rekening met eerdere veroordelingen wegens dezelfde feiten en de ernst van de situatie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens verblijf in Nederland terwijl hij wist dat hij ongewenst was verklaard.