ECLI:NL:GHARN:2012:BV6475
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische reorganisatie en leeftijdsdiscriminatie
De zaak betreft het hoger beroep van een werknemer geboren in 1949, die na bijna 18 jaar dienstverband werd ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen binnen [B.V. G]. De werkgever voerde aan dat haar functie als salarisadministrateur kwam te vervallen door een reorganisatie en herdefiniëring van bedrijfsprocessen, waaronder de invoering van een ERP-systeem. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, onder meer omdat het ERP-systeem niet werd ingevoerd en er sprake was van verboden leeftijdsdiscriminatie in het sociaal plan.
Het hof oordeelde dat de bedrijfseconomische situatie van de werkgever ernstig was en dat de reorganisatie noodzakelijk was. De reden voor het ontslag was niet vals of voorgewend, aangezien het vervallen van de functie ook zonder directe invoering van het ERP-systeem kon worden gerechtvaardigd. De werknemer had onvoldoende onderbouwd dat haar functie uitwisselbaar was met andere functies binnen de organisatie.
Verder werd geoordeeld dat het sociaal plan, hoewel onderscheid makend naar leeftijd, objectief gerechtvaardigd was vanwege het legitieme doel om oudere werknemers te beschermen tot aan hun pensioengerechtigde leeftijd. De door de werkgever getroffen voorziening werd als voldoende beschouwd om de nadelige gevolgen van het ontslag te compenseren. De vorderingen van de werknemer werden daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de werknemer af wegens onvoldoende onderbouwing van kennelijk onredelijk ontslag en leeftijdsdiscriminatie.