ECLI:NL:GHARN:2011:BV1287
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- G.J. Rijken
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Verval van rechtsvordering tot vernietiging verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en na echtscheiding ontstond een geschil over de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap. De man vorderde vernietiging van de verdeling zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant van 2 mei 2002 en een aanvullende overeenkomst uit februari 2008.
De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling aan de vrouw van een aanzienlijk bedrag en bepaalde diverse verrekeningen en vergoedingen. Het hof oordeelde dat de vervaltermijn van drie jaar voor een rechtsvordering tot vernietiging van de verdeling aanvangt bij het moment van de verdeling zelf, niet bij de levering. Omdat de man zijn vordering niet binnen drie jaar na het convenant had ingesteld, was deze verjaard.
Verder behandelde het hof diverse grieven van partijen over verrekeningen, gebruiksvergoeding, en de uitvoering van het convenant. Het hof wees de meeste grieven van de man af, behalve enkele over vaste lasten en correcties in de berekening van verschuldigde bedragen. Het hof stelde de vrouw in de gelegenheid om op enkele punten nader te reageren en hield verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtsvordering tot vernietiging van de verdeling is verjaard en wordt afgewezen, met enkele correcties en verrekeningen toegewezen.