ECLI:NL:GHARN:2011:BV0376
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake weigering verliesvaststelling belegging durfkapitaal wegens late registratie geldlening
Belanghebbende heeft een lening verstrekt aan een vennootschap onder firma en verzocht de Inspecteur om een verliesvaststelling op deze belegging in durfkapitaal volgens artikel 6.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De Inspecteur weigerde dit verzoek omdat de geldleningsovereenkomst niet binnen de wettelijke termijn van vier weken was geregistreerd.
Na afwijzing van het bezwaar door de Inspecteur en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank Arnhem, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem. Tijdens de zitting was belanghebbende aanwezig met gemachtigde, de Inspecteur verscheen niet.
Het Hof oordeelde dat de geldleningsovereenkomst op 17 januari 2003 was overeengekomen en uiterlijk op 14 februari 2003 geregistreerd had moeten zijn. De registratie vond echter pas op 19 februari 2003 plaats, buiten de termijn. De stelling van belanghebbende dat de overeenkomst onder opschortende voorwaarde tot stand kwam en dat de registratie tijdig per post was verzonden, werd niet bewezen. Het beroep op artikel 6:9 Awb Pro werd verworpen omdat geen postverzending was aangetoond.
Het Hof achtte de termijn van vier weken niet onredelijk en bevestigde dat de Inspecteur terecht de beschikking tot verliesvaststelling had geweigerd. De uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Inspecteur tot verliesvaststelling bevestigd.