ECLI:NL:GHARN:2011:BU9563
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.M. Mens
- M.H.H.A. Moes
- R. Krijger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ondertoezichtstelling kinderen na ongeoorloofde verhuizing naar Oekraïne
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Zutphen waarbij twee kinderen onder toezicht zijn gesteld van een stichting voor jeugdzorg. De moeder is tegen deze beschikking in beroep gegaan en verzocht de raad niet-ontvankelijk te verklaren of het verzoek af te wijzen, mede omdat de kinderen inmiddels in Oekraïne verblijven.
Het hof oordeelt dat de rechtbank Zutphen bevoegd was omdat de kinderen ten tijde van het verzoek hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden. De verhuizing naar Oekraïne is door het hof als ongeoorloofde overbrenging aangemerkt, omdat de vader hiermee niet instemde en de moeder geen toestemming vroeg. Op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag blijft Nederland bevoegd zolang de kinderen geen vaste verblijfplaats in Oekraïne hebben.
Inhoudelijk stelt het hof vast dat de kinderen ernstig worden bedreigd in hun zedelijke of geestelijke belangen en gezondheid. De moeder projecteert haar angsten op de kinderen, die daardoor geparentificeerd gedrag vertonen en loyaliteitsproblemen hebben. Hulpverlening heeft onvoldoende effect gehad. De verhuizing naar Oekraïne, waar de kinderen geen contact met de vader kunnen onderhouden, vermindert de bedreiging niet. Daarom is ondertoezichtstelling gerechtvaardigd.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zutphen en compenseert de proceskosten in hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de kinderen en compenseert de proceskosten in hoger beroep.