ECLI:NL:GHARN:2011:BU9253
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens opzettelijk aanwezig hebben grote hoeveelheden softdrugs door coffeeshophouder
De verdachte, exploitante van een gedoogde coffeeshop, werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en hash op een andere locatie dan de coffeeshop. In hoger beroep vernietigt het hof het eerdere vonnis vanwege een andere bewijswaardering en doet zelf recht.
Het hof stelt vast dat verdachte samen met anderen een grote voorraad softdrugs aanhield in een gehuurd woonhuis, waar onder meer weegschalen, verpakkingsmateriaal en een sterke hennepgeur werden aangetroffen. Verdachte erkent een bewuste samenwerking met leveranciers die een buffer aan softdrugs aanhielden voor haar coffeeshop, maar ontkent zelf betrokkenheid bij de opslag.
Het hof oordeelt dat verdachte zich meer richtte op financieel gewin dan op naleving van het gedoogbeleid, dat weliswaar de verkoop binnen de coffeeshop reguleert, maar niet de aanvoer via de 'achterdeur'. Gezien de ernst van de feiten en de positie van verdachte als ervaren coffeeshopexploitante legt het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar op, en een geldboete van 50.000 euro waarvan de helft voorwaardelijk is.
De straf weerspiegelt het belang van handhaving van het softdrugsbeleid en de noodzaak om herhaling te voorkomen, waarbij het financiële aspect van de feiten zwaar weegt. Verdachte wordt tevens vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen zijn.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een geldboete van 50.000 euro wegens het opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden softdrugs buiten de coffeeshop.