ECLI:NL:GHARN:2011:BU8137
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing tenuitvoerlegging vonnis woonruimte ontruiming
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen familieleden over het gebruik en de ontruiming van een woonruimte binnen een woning. De woning is eigendom van appellanten, terwijl geïntimeerde in een afgescheiden woonruimte woont. De kantonrechter heeft geoordeeld dat geïntimeerde onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een huurovereenkomst en heeft het gebruiksrecht beëindigd, met een ontruimingsbevel.
Na betekening van het vonnis heeft geïntimeerde hoger beroep ingesteld. In kort geding vorderde geïntimeerde schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. De voorzieningenrechter heeft dit toegewezen, maar appellanten zijn daartegen in hoger beroep gekomen.
Het hof overweegt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat het eindvonnis klaarblijkelijk op een juridische misslag berust. De bewijswaardering en bewijslastverdeling zijn niet zodanig evident onjuist dat schorsing gerechtvaardigd is. Ook is onvoldoende gesteld dat de executie een noodtoestand veroorzaakt of dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Het hof vernietigt daarom het bestreden vonnis en wijst de vordering tot schorsing af, waarbij de proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familieband tussen partijen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering tot schorsing van de executie af.