ECLI:NL:GHARN:2011:BU6617
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opzegging en opzegtermijn distributieovereenkomst tussen Votex en Fischer
In deze civiele zaak stond de opzegging van een distributieovereenkomst tussen Votex B.V. en Fischer Maschinenbau GMBH & CO KG centraal. Votex had de overeenkomst, die sinds 1971 bestond en jaarlijks stilzwijgend werd verlengd, opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van acht maanden. Fischer stelde dat de opzegtermijn minimaal 2,5 jaar moest zijn en vorderde schadevergoeding wegens te korte opzegging en schending van exclusiviteit.
De rechtbank had geoordeeld dat de opzegtermijn van acht maanden onaanvaardbaar kort was en dat Votex schadeplichtig was. Votex ging in hoger beroep tegen dit oordeel. Het hof overwoog dat partijen een contractuele opzegtermijn van drie maanden waren overeengekomen en dat Votex deze termijn met acht maanden ruimschoots had overschreden. De rechtbank had ten onrechte de redelijkheid en billijkheid laten prevaleren boven de contractuele regeling.
Het hof stelde dat Votex niet verplicht was om redenen voor opzegging te geven en dat Fischer onvoldoende had onderbouwd dat de contractuele opzegtermijn onaanvaardbaar was. Ook investeringen of omzetverlies waren niet voldoende aangetoond om de opzegtermijn buiten toepassing te laten. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank, wees de vorderingen van Fischer af en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van Fischer af wegens onvoldoende onderbouwing van onredelijkheid van de opzegtermijn.